ECLI:NL:CRVB:2016:1410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig verstrekken bankgegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB sinds november 2012. Naar aanleiding van een anonieme tip over inkomsten uit Marokko startte het college een onderzoek en verzocht appellant om bewijsstukken van zijn Marokkaanse bankrekening. Na opschorting van de bijstand wegens het niet aanleveren van deze stukken, werd de bijstand ingetrokken per 18 oktober 2013.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de brieven niet had ontvangen en dat het college ten onrechte sprak van beëindiging in plaats van intrekking. De Raad oordeelde dat het opschortingsbesluit terecht was ontvangen en onherroepelijk was. Verder is volgens vaste rechtspraak het besluit tot beëindiging gelijk te stellen aan intrekking.
De Raad stelde vast dat appellant niet binnen de hersteltermijn de gevraagde bankafschriften had verstrekt, terwijl deze onmiskenbaar van belang waren. Het college was bevoegd de bijstand in te trekken, ook al leverde appellant de gegevens later alsnog aan. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 18 oktober 2013 wordt bevestigd wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde bankgegevens.