ECLI:NL:CRVB:2016:1490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen ondanks PDD-NOS
Appellant, geboren in 1975, diende in 2011 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering. Uit medisch onderzoek bleek dat hij een autisme spectrum stoornis (PDD-NOS) heeft en beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren. De verzekeringsarts stelde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag arbitrair op zijn zeventiende verjaardag. Een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) legde beperkingen vast, maar gaf ook aan dat appellant met voorbeeldfuncties meer dan 75% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.
Het UWV wees de aanvraag af, en zowel in bezwaar als in beroep werd dit besluit gehandhaafd. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij werd overwogen dat de medische en arbeidskundige onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de voorbeeldfuncties passend waren. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen onvoldoende waren erkend en dat het maatmaninkomen te laag was vastgesteld, maar kon dit niet met nieuwe medische feiten onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de beoordeling van het UWV in overeenstemming is met de toepasselijke wetgeving, met name de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). De Raad benadrukt dat de risico's van een zeer late aanvraag voor rekening van appellant komen en dat de geselecteerde voorbeeldfuncties ook rond zijn zeventiende/achttiende levensjaar op de arbeidsmarkt voorkwamen. Het maatmaninkomen is vastgesteld op het niveau van een startende HBO-er chemische technologie, wat niet te laag is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.