ECLI:NL:CRVB:2016:150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- G. van Zeben-de Vries
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Wajong-uitkering na laattijdige aanvraag en zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van psychische problemen die zij sinds haar jeugd ervaart. Het UWV wees de aanvraag af omdat uit het medisch dossier en onderzoek geen bewijs bleek van arbeidsongeschiktheid rond haar zeventiende verjaardag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het risico van laattijdige aanvraag bij appellante ligt en dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt en voerde zij aan dat medische gegevens en huisartsinformatie wijzen op arbeidsongeschiktheid vanaf haar zeventiende. Ook stelde zij dat het UWV ten onrechte oude documenten had vernietigd die haar claim konden ondersteunen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was en dat appellante geen nieuwe medische gegevens had ingebracht die het oordeel konden wijzigen.
De Raad bevestigde dat de bewijslast bij een laattijdige aanvraag bij de aanvrager ligt en dat het UWV niet verplicht is oude documenten te bewaren. Het beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.