ECLI:NL:CRVB:2016:1520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gelijkheidsbeginsel bij functiewaardering binnen defensie niet nageleefd
Appellant, een luitenant-kolonel, werd geplaatst op een functie ([functie 1]) die gewaardeerd was in schaal 13. Hij verzocht om een waardering gelijk aan die van een identieke functie ([functie 2]) die op rang van kolonel was gewaardeerd. De minister wees dit verzoek af, stellende dat de functies bij verschillende krijgsmachtonderdelen werden uitgeoefend en daardoor niet gelijkwaardig waren.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en kende appellant een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de functiebeschrijvingen identiek waren en dat de waardering onjuist was, met name voor de kenmerken doel van werkzaamheden, complexiteit en effect van beslissingen.
De Raad oordeelde dat de waardering van de kenmerken in de [functie 1] voldoende was gemotiveerd en niet onjuist was. Echter, het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde omdat de minister de waardering van de [functie 2] niet had aangepast ondanks het erkennen van een onjuiste waardering. Het feit dat de functies bij verschillende krijgsmachtonderdelen werden uitgeoefend, bood geen rechtvaardiging voor de verschillende waarderingen. De Raad vernietigde het bestreden besluit, kende een aanvullende schadevergoeding toe en veroordeelde de minister in de kosten van rechtsbijstand en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en een schadevergoeding van € 3.000,- toegekend.