ECLI:NL:CRVB:2015:2649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing gelijkheidsbeginsel bij vrijwillig ontslag met wachtgeld op grond van SBK
Betrokkenen, werkzaam als verificateurs bij het Commando Dienstencentra van Defensie, verzochten om vrijwillig ontslag met wachtgeld op grond van artikel 2.7 van het Sociaal Beleidskader 2004 (SBK). Dit werd afgewezen omdat hun functies niet als knelpuntcategorie waren geïdentificeerd.
De rechtbank oordeelde dat de besluiten niet zorgvuldig waren voorbereid en gaf appellant de gelegenheid dit te herstellen. Appellant stelde dat de onjuiste toepassing van artikel 2.7 SBK beperkt was tot het Marinebedrijf en dat het gelijkheidsbeginsel niet van toepassing was op het CDC, waar betrokkenen werkzaam waren.
De Raad constateerde dat binnen Defensie een bestendige gedragslijn bestond waarbij artikel 2.7 SBK onjuist werd toegepast zonder dat functies als knelpuntcategorie waren aangewezen. Appellant kon niet aantonen dat de situatie van betrokkenen anders was dan die van anderen die wel in aanmerking waren gekomen voor ontslag met wachtgeld.
Daarom werden de hoger beroepen van appellant verworpen, de eerdere uitspraken bevestigd, en de besluiten van 15 november 2011 herroepen. Betrokkenen komen in aanmerking voor vrijwillig ontslag met aanspraak op wachtgeld. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkenen.
Uitkomst: Betrokkenen komen in aanmerking voor vrijwillig ontslag met aanspraak op wachtgeld op grond van artikel 2.7 SBK.