ECLI:NL:CRVB:2016:1804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks persoonlijke omstandigheden appellant
Appellante ontving bijstand volgens de WWB en kreeg deze ingetrokken vanwege het ontvangen van studiefinanciering die hoger was dan de bijstandsnorm. Het college vorderde de kosten van bijstand terug over juni tot en met augustus 2014. Appellante stelde dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien vanwege haar persoonlijke omstandigheden, waaronder schulden en het feit dat haar kinderen uit huis waren geplaatst.
De Raad overwoog dat dringende redenen alleen bestaan bij onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen die uitzonderlijk en individueel zijn. Het behoren tot een bijzondere doelgroep en het feit dat het college afzag van een boete oplegging, vormen geen dringende reden om ook van terugvordering af te zien. Tevens is de terugvordering gericht op herstel van de rechtmatige toestand en niet bestraffend van aard.
Verder wees de Raad het beroep af dat het college niet tijdig alle stukken had verstrekt, omdat het boeterapport geen op de zaak betrekking hebbend stuk was en appellante voldoende gelegenheid had om te reageren. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstandskosten en wijst het hoger beroep af.