ECLI:NL:CRVB:2020:1064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet doorgegeven wijziging kostendelersnorm
Appellanten ontvingen bijstand op basis van de Participatiewet en stonden ingeschreven op een adres met een medebewoner, hun zoon, die aanvankelijk studeerde. Het college paste de kostendelersnorm toe waarbij de studerende zoon niet werd meegeteld. Na ontvangst van een signaal dat de zoon zijn studie had afgerond en geen studiefinanciering meer ontving, herzag het college de bijstand en vorderde te veel ontvangen bijstand terug.
Appellanten voerden aan dat zij tijdig hadden gemeld dat de zoon was gestopt met studeren, maar konden dit niet met objectief bewijs onderbouwen. Ook stelden zij dat vanwege hun persoonlijke omstandigheden en financiële problemen terugvordering onredelijk was, zeker omdat het college had afgezien van het opleggen van een boete.
De Raad oordeelde dat appellanten hun inlichtingenverplichting hadden geschonden en dat de terugvordering terecht was. Dringende redenen om van terugvordering af te zien waren niet aannemelijk gemaakt. Het afzien van een boete betekent niet automatisch dat ook van terugvordering moet worden afgezien. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens niet doorgegeven wijziging in kostendelerssituatie.