ECLI:NL:CRVB:2016:1881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens vermogen in Turkije
Appellanten ontvingen sinds 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na anonieme meldingen over het bezit van een woning in Turkije, onderzocht het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) dit vermoeden. Op basis van het onderzoek besloot het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam in 2013 de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en de kosten terug te vorderen.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het bewijsmateriaal onrechtmatig was verkregen, onder meer omdat het IBF te vroeg was ingeschakeld zonder concreet signaal en omdat TC Kimlik-nummers onrechtmatig waren gebruikt. Tevens werd gesteld dat het onderzoek een disproportionele inbreuk op hun privacy vormde.
De Raad oordeelde dat het college op grond van artikel 53a WWB bevoegd is om onderzoek te verrichten zonder dat een concreet signaal vereist is. De handreiking van het UWV is niet bindend en heeft geen normatieve werking. Er is geen bewijs dat TC Kimlik-nummers onrechtmatig zijn gebruikt. De inbreuk op het privéleven was beperkt en aanvaardbaar gezien het doel van het onderzoek. Het college had bovendien een gerechtvaardigd belang om zelf onderzoek te doen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens vermogen in Turkije en verklaart het hoger beroep ongegrond.