ECLI:NL:CRVB:2016:4428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen woning in Turkije
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB vanaf januari 2013. Uit onderzoek bleek dat zij twee niet gemelde bankrekeningen had en een woning in Turkije bezat, die zij niet had gemeld aan het bestuur. Het bestuur trok de bijstand in en vorderde de kosten terug, en legde tevens een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond en mat de boete. Appellante stelde in hoger beroep dat het onderzoek naar de woning in Turkije onrechtmatig was en inbreuk maakte op haar privacy. De Raad oordeelde dat het bestuur bevoegd was tot het onderzoek, dat het onderzoek proportioneel was en dat de brochure met richtlijnen geen bindend beleid vormt.
Verder was het bezoek aan de woning geen huisbezoek in juridische zin, omdat de medewerker niet is binnengedrongen. De Raad verwierp de bezwaren van appellante en verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde de intrekking en terugvordering van bijstand en handhaafde de boete op het lagere niveau.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en verklaart het beroep tegen het nader besluit tot boetebepaling ongegrond.