ECLI:NL:CRVB:2016:1933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na medisch onderzoek door verzekeringsarts in opleiding
Appellant was tot 2010 werkzaam als administratief medewerker en meldde zich in 2011 ziek wegens psychische klachten. Het UWV stelde vast dat hij vanaf 2013 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde zijn WIA-uitkering. Later werd de Ziektewetuitkering per 17 maart 2014 beëindigd na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts in opleiding.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een schending van de hoorplicht, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, omdat de arts in opleiding niet ingeschreven was in het specialistenregister en onvoldoende medisch onderzoek had verricht.
De Centrale Raad oordeelde dat het gebrek in de bezwaarfase was hersteld door een bedrijfsarts die wel aan de vereisten voldeed. Het medisch onderzoek was zorgvuldig, inclusief dossierstudie en psychisch onderzoek, en de aanvullende medische informatie gaf geen aanleiding tot twijfel over de geschiktheid van appellant voor de geduide functies.
De Raad zag geen reden voor het inschakelen van een onafhankelijk deskundige en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd na een zorgvuldig medisch onderzoek, ondanks het primaire onderzoek door een verzekeringsarts in opleiding.