ECLI:NL:CRVB:2016:360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens ontbreken medisch objectiveerbare beperkingen
Appellant, werkzaam als schoonmaker en afwasser, ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding wegens diverse lichamelijke klachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde de uitkering per 23 oktober 2012 na onderzoek door een arts die geen medisch objectiveerbare beperkingen vaststelde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond, omdat onvoldoende medische gegevens waren om beperkingen aan te nemen. In hoger beroep betwistte appellant de bevoegdheid van de arts die het onderzoek verrichtte en stelde dat zijn klachten wel degelijk beperkingen veroorzaakten.
De Raad oordeelde dat het primaire onderzoek niet door een geregistreerd verzekeringsarts was gedaan, maar dat dit in de bezwaarprocedure door een bevoegd bedrijfsarts was hersteld. Deze arts had een volledig onderzoek verricht en gemotiveerd dat appellant geschikt was voor arbeid. De Raad vond onvoldoende medische onderbouwing voor relevante beperkingen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wegens het ontbreken van medisch objectiveerbare beperkingen.