ECLI:NL:CRVB:2016:2162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag algemene en bijzondere bijstand wegens onvoldoende inzicht financiële situatie
Appellant verbleef van oktober 2013 tot juni 2014 in detentie en vroeg op 18 juni 2014 bijstand aan. Het college wees de aanvraag af wegens onvoldoende gegevens over zijn financiële situatie en levensonderhoud. Na bezwaar en een nieuwe aanvraag in augustus 2014, waarbij appellant ook bijzondere bijstand voor juridische kosten vroeg, bleef het college bij de afwijzing vanwege gebrek aan objectieve en verifieerbare bewijsstukken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de periode voorafgaand aan zijn detentie niet relevant was, maar de Raad oordeelde dat het college terecht inzage mocht verlangen in financiële gegevens van die periode om een compleet beeld te krijgen. De door appellant overgelegde bankafschriften boden onvoldoende inzicht in zijn inkomsten, mede omdat hij verklaarde zwart te hebben gewerkt.
Ook het argument dat de gedwongen verkoop van zijn woning een bewijs was van bijstandbehoefte werd verworpen, omdat de verkoop pas na de te beoordelen periode plaatsvond. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om algemene en bijzondere bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant.