ECLI:NL:CRVB:2016:2227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en handhaving ontslag wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziekte
Betrokkene was sinds 1997 in dienst bij de rechtsvoorganger van appellant en werd in 2013 beoordeeld met een onvoldoende score, wat leidde tot schorsing en uiteindelijk ontslag wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziekte.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het ontslagbesluit, stellende dat het ontslag niet mocht worden gebaseerd op oude feiten en dat een verbetertraject ontbrak. Appellant stelde in hoger beroep dat betrokkene wel een reële kans tot verbetering had gekregen.
De Raad oordeelde dat appellant voldoende had onderbouwd dat betrokkene op concrete gedragingen was aangesproken en een verbetertraject had doorlopen. De negatieve beoordelingen waren voldoende gemotiveerd met concrete feiten, ondanks betwisting van de objectiviteit van enkele bronnen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover het ontslag werd herroepen, verklaarde het beroep tegen handhaving van het ontslag ongegrond en veroordeelde appellant in de proceskosten van betrokkene.
Het nadere besluit waarin de beoordeling werd gemotiveerd, werd eveneens bevestigd door de Raad.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard voor zover het de handhaving van het ontslag betreft en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.