ECLI:NL:CRVB:2016:2390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.D. Embregts
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opleiding en aanstelling rechterlijk ambtenaar in opleiding bevestigd
Appellant was sinds 1 april 2010 als rechterlijk ambtenaar in opleiding (raio) aangesteld voor drie jaar. Na een eerste onvoldoende beoordeling kreeg hij een herkansing die hij succesvol afrondde. Tijdens de voortzetting van zijn opleiding bij de sector bestuursrecht kreeg appellant opnieuw een onvoldoende beoordeling, waarop de minister besloot de opleiding te beëindigen en de aanstelling te laten eindigen.
Appellant voerde aan dat zijn ongunstige beoordeling te wijten was aan tekortkomingen in de opleiding, met name door de opleider L, wiens didactische vaardigheden en inzet onvoldoende zouden zijn geweest. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om deze stellingen te onderbouwen en dat de minister voldoende had gemotiveerd dat de begeleiding adequaat was geweest.
De Raad bevestigde de bevoegdheid van de minister op grond van artikel 27 van Pro het Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren om de aanstelling te beëindigen bij beëindiging van de opleiding. Het beleid dat beëindiging van de opleiding tevens beëindiging van de aanstelling betekent, werd als redelijk beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de beëindiging van zijn opleiding en aanstelling wordt ongegrond verklaard.