ECLI:NL:CRVB:2016:2612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Verhoging AOW-leeftijd leidt niet tot onevenredig nadeel of leeftijdsdiscriminatie
Betrokkene ontving een pensioenoverzicht waarin de opbouw van zijn AOW-pensioen tot 15 april 2014 was vastgesteld en werd geïnformeerd over zijn AOW-leeftijd op 3 november 2018. Hij maakte bezwaar tegen de verhoging van de AOW-leeftijd en de daarmee gepaard gaande financiële gevolgen, waaronder een AOW-gat van negen maanden.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en geoordeeld dat het pensioenoverzicht ook betrekking had op de toekomstige AOW-leeftijd, en dat het bezwaar tegen de ingangsdatum van het pensioen terecht was. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en stelt dat het pensioenoverzicht slechts rechtsgevolg heeft voor de tot dan toe verzekerde tijdvakken, niet voor de toekomstige AOW-ingangsdatum.
De Raad bevestigt dat de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd in het algemeen is toegestaan en niet leidt tot een schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Een tijdelijk inkomensverlies van één maand is geen onevenredig nadeel en er is geen sprake van leeftijdsdiscriminatie. Of in individuele gevallen sprake is van een onevenredig zware last moet bij de daadwerkelijke toekenning van het pensioen worden beoordeeld.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en vernietigt de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding om de Sociale Verzekeringsbank in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.