ECLI:NL:CRVB:2016:2664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten functieonderhoud projectleider en LFNP-uitgangspositie politieambtenaar
Appellant, een politieambtenaar, verzocht op 16 december 2011 om functieonderhoud van zijn functie projectleider B naar een projectleiderfunctie binnen een complex multidisciplinair project. De korpschef wees dit verzoek aanvankelijk af, waarna de rechtbank Overijssel het beroep van appellant gegrond verklaarde en een nieuw besluit beval.
De korpschef nam daarop een besluit waarin het bezwaar van appellant werd gegrond verklaard en hij werd aangesteld in een functie uitvoerend projectleider. De rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond, stellende dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn werkzaamheden wezenlijk afweken van de functiebeschrijving. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant wel aannemelijk had gemaakt dat hij leiding gaf aan een complex, multidisciplinair project met een landelijk karakter, wat niet in de functiebeschrijving uitvoerend projectleider was opgenomen. Tevens werden zijn werkzaamheden als hulpofficier van justitie onterecht niet meegenomen. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit en beval de korpschef een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Ook het besluit over de uitgangspositie van appellant voor de LFNP-functie werd vernietigd omdat deze onjuist was vastgesteld. De Raad bepaalde dat tegen de nieuwe besluiten slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld en veroordeelde de korpschef tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De besluiten van de korpschef over functieonderhoud en LFNP-uitgangspositie worden vernietigd en de korpschef wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen.