ECLI:NL:CRVB:2016:3025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Blokkering en duur van de bijstandsuitkering niet rechtmatig na belangenafweging
Appellanten ontvingen algemene bijstand vanaf november 2007. Na anonieme meldingen over autohandel en het bezit van een paard startte het college een onderzoek, leidend tot opschorting en intrekking van bijstand in 2012. In oktober 2012 herzag het college een intrekkingsbesluit en blokkeerde de uitbetaling van bijstand vanaf die datum. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze blokkering ongegrond, stellende dat het college een gegrond vermoeden had en de blokkering niet te lang duurde.
Appellanten stelden dat zij hun inlichtingenplicht niet hadden geschonden en dat de blokkering onrechtmatig was, onder meer vanwege het ontbreken van nieuwe feiten en de duur van bijna zes maanden. De Raad oordeelde dat het college op 29 oktober 2012 terecht een gegrond vermoeden had, maar dat de blokkering vanaf januari 2013 niet meer rechtmatig was gezien de lange duur van het onderzoek en het feit dat het onderzoek zich richtte op een afgesloten periode.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en herroept de blokkering voor de periode van 1 januari 2013 tot en met 28 maart 2013. Tevens veroordeelde de Raad het college in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellanten wordt vergoed.
Uitkomst: De blokkering van de bijstandsuitkering over de periode 1 januari 2013 tot en met 28 maart 2013 wordt herroepen wegens onrechtmatigheid na belangenafweging.