ECLI:NL:CRVB:2016:3325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging OV-schuld na niet tijdig stopzetten studentenreisproduct en bevoegdheid minister tot invordering
Appellante volgde een MBO-opleiding en ontving studiefinanciering inclusief een studentenreisproduct. Na afloop van het recht op het reisproduct bleef dit actief, waardoor een OV-schuld ontstond die maandelijks opliep. Appellante maakte bezwaar tegen de vastgestelde schulden, maar deze werden door de minister niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding of ongegrond wegens toerekenbaarheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellante het reisproduct niet tijdig stopzette zoals wettelijk voorgeschreven en de mededeling van een DUO-medewerker dat betaling de schuld zou voldoen, geen gerechtvaardigde verwachting schepte dat geen verdere actie nodig was. De Raad oordeelde dat het reisproduct niet telefonisch kan worden stopgezet en appellante had moeten controleren of het stopzetten succesvol was.
Verder oordeelde de Raad dat de minister bevoegd was de invordering van de OV-schuld aan een deurwaarder over te dragen, ook tijdens bezwaar en beroep, omdat bezwaar geen schorsende werking heeft. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante de OV-schuld verschuldigd is en dat de minister bevoegd was de schuld aan een deurwaarder over te dragen.