ECLI:NL:CRVB:2016:3497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WAZO-uitkeringen wegens gefingeerd dienstverband
Appellante had twee arbeidsovereenkomsten gesloten met een vennootschap waarvan haar echtgenoot directeur-bestuurder was, kort voor het ingaan van zwangerschapsverlof. Het UWV kende haar WAZO-uitkeringen toe, maar vermoedde gefingeerde dienstverbanden en startte een fraudeonderzoek. Dit leidde tot de conclusie dat appellante niet daadwerkelijk in loondienst was en niet verzekerd was voor de Ziektewet, waardoor het UWV de uitkeringen herzag en terugvorderde.
De rechtbank oordeelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de dienstverbanden gefingeerd waren, mede omdat appellante niet daadwerkelijk arbeid had verricht en er geen gezagsverhouding bestond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel degelijk arbeid had verricht en dat getuigen dit bevestigden, maar kon geen objectief en verifieerbaar tegenbewijs leveren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de rechtspraak dat voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking een gezagsverhouding, loonbetaling en persoonlijke arbeid vereist zijn. De Raad verwierp het argument dat tussen echtgenoten geen gezagsverhouding kan bestaan en beoordeelde alle omstandigheden. Het fraudeonderzoek en de getuigenverklaringen maakten aannemelijk dat de dienstverbanden waren gefingeerd met als doel het verkrijgen van WAZO-uitkeringen.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de uitkeringen had herzien en teruggevorderd en dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd om dit oordeel te weerleggen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de WAZO-uitkeringen door het UWV bevestigd.