ECLI:NL:CRVB:2016:3613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overgang naar LFNP-functie en matching volgens Regeling
Appellant, werkzaam als Bewerker/Onderzoeker, betoogde dat zijn werkzaamheden voor de AIVD een directe bijdrage leveren aan operationele politietaken en dat hij ten onrechte niet werd gematcht in de LFNP-functie van Operationeel Specialist A. De korpschef had hem toegewezen aan de functie van Gespecialiseerd Medewerker B, met een ondersteunend karakter.
De Raad heeft de definities van de domeinen Uitvoering en Ondersteuning uit de beleidsregel Instructie organieke matching toegepast en geoordeeld dat appellant's werkzaamheden meer ondersteunend zijn en bijdragen aan een effectief en efficiënt politieapparaat, zonder directe bijdrage aan operationele politietaken.
Appellant verwees naar een vacature waarin een vergelijkbare functie werd aangeduid als Operationeel Specialist A, maar de Raad oordeelde dat deze vacature geen invloed heeft op de overgang naar LFNP-functies. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat een eerdere fout van de korpschef in een andere zaak niet herhaald hoeft te worden.
Verder wees de Raad het betoog van appellant af dat het bestreden besluit ondeugdelijk gemotiveerd zou zijn en dat hij aanspraak zou maken op proceskostenvergoeding. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.