ECLI:NL:CRVB:2016:3968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging bijstand wegens ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een heronderzoek bleek dat zij een bankrekening hadden waarover zij geen melding hadden gemaakt. Het college trok de bijstand in en vorderde kosten terug, stellende dat appellanten een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid toonden door geld over te maken naar een derde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de maatregelverordening van de gemeente Hengelo onvoldoende criteria bevat om de verlaging van de bijstand te rechtvaardigen. Hierdoor mist de verordening verbindende kracht en is de wettelijke grondslag van het besluit komen te vervallen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het besluit van 29 januari 2014, en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verlaging van de bijstand wordt gegrond verklaard en het besluit wordt vernietigd wegens ontbreken van een rechtsgeldige wettelijke grondslag.