ECLI:NL:CRVB:2016:4248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet hoofdverblijf op uitkeringsadres
Appellante en appellant ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en stonden ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een anonieme tip en een onderzoek naar het water- en energieverbruik op dit adres, concludeerde het college dat appellanten niet hun hoofdverblijf hadden op het uitkeringsadres. De bijstand werd daarom ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en bepaalde dat het college een nieuwe beslissing moest nemen, omdat het verbruik vanaf 21 november 2013 was gestegen en het huisbezoek geen aanwijzingen gaf dat appellanten niet op het adres verbleven. Het college nam daarop een nader besluit en beperkte de intrekking en terugvordering tot de periode vóór 21 november 2013.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de vooronderstelling van niet-hoofdverblijf wegens extreem laag verbruik niet op hen van toepassing is. Ook de aangevoerde bezwaren tegen de verklaringen van 19 februari 2014 leiden niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigt daarom de intrekking en terugvordering voor de periode tot 20 november 2013 en verklaart de beroepen tegen het nader besluit ongegrond.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd voor de periode tot 20 november 2013; de beroepen tegen het nader besluit worden ongegrond verklaard.