ECLI:NL:CRVB:2016:429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tweede aanvraag extra deur buitenberging op grond van Wmo bevestigd
Appellante, met diverse lichamelijke beperkingen, deed een eerste aanvraag voor een extra deur in de buitenberging op grond van de Wmo, welke in 2009 werd afgewezen. Na een tweede aanvraag in 2012 wees het college deze opnieuw af, verwijzend naar artikel 4:6 Awb Pro, omdat de aanvraag gelijk was aan de eerste en er geen nieuwe feiten waren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat de rechtbank het bestreden besluit had moeten vernietigen. De Raad beoordeelt vervolgens zelf of het college de aanvraag terecht heeft afgewezen.
De Raad oordeelt dat appellante van een herinrichting van haar woning mag worden gevergd om binnenruimte te creëren voor opslag van levensmiddelen. Er is geen bewijs dat dit niet mogelijk is of dat haar gezondheidssituatie dit onmogelijk maakt. Ook het beroep op de gemeentelijke verordening omtrent bereikbaarheid van de berging faalt.
Daarom blijft de afwijzing van de tweede aanvraag in stand. De Raad veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten aan appellante. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 januari 2016.
Uitkomst: De tweede aanvraag voor een extra deur in de buitenberging wordt terecht afgewezen, maar het beroep tegen de rechtbankuitspraak wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.