Uitspraak
15.8359 BBZ
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten, een gehuwd stel dat drie ondernemingen exploiteert, dienden een aanvraag in voor bedrijfskapitaal op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK) bracht een advies uit waarin werd geconcludeerd dat de ondernemingen niet levensvatbaar zijn vanwege onvoldoende financiële onderbouwing en een negatief cumulatief eigen vermogen.
Het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten wees de aanvraag af op basis van dit advies. Appellanten maakten bezwaar en stelden dat het advies onvolledig en onzorgvuldig was, onder meer omdat een levensverzekering en toeslagen niet waren meegenomen in de beoordeling.
De Raad oordeelde dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen, ook na correctie van een gemiste e-mail met financiële gegevens. Er was geen sprake van onzorgvuldigheid of onrechtmatigheid, en appellanten konden geen objectief tegenadvies overleggen. De beoordeling van de levensvatbaarheid vindt plaats op het moment van het besluit, waarbij latere ontwikkelingen buiten beschouwing blijven.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad concludeerde dat het dagelijks bestuur terecht uitging van het advies van het IMK en dat de ondernemingen niet levensvatbaar zijn in de zin van het Bbz 2004.
Uitkomst: De aanvraag bijstand zelfstandigen wordt afgewezen wegens niet-levensvatbare ondernemingen op het moment van de aanvraag.