ECLI:NL:CRVB:2016:4531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Y.J. Klik
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na onderzoek vast dat zij samenwoonde met appellant, wat zij niet had gemeld. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten over de periode van 3 juli 2006 tot 6 augustus 2013.
De rechtbank vernietigde deze besluiten voor het grootste deel, maar het college nam nieuwe besluiten waarin de intrekking en terugvordering over de periode van 30 september 2011 tot 6 augustus 2013 gehandhaafd werden. Appellanten stelden dat zij geen gezamenlijke huishouding voerden in die periode en betwistten de verklaring van appellante.
De Raad oordeelde dat het hoofdverblijf van beide appellanten op het uitkeringsadres lag, gesteund door verklaringen van buurtbewoners en bevindingen van huisbezoeken. De verklaring van appellante was rechtsgeldig. Gezien het bestaan van een gezamenlijke huishouding was appellante geen zelfstandig subject van bijstand en was intrekking en terugvordering terecht.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en de beroepen tegen de nadere besluiten verworpen. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.