ECLI:NL:CRVB:2016:4555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Y.J. Klik
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen werkzaamheden in copyshop
Appellante ontving sinds september 2010 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van meldingen dat zij niet op het opgegeven adres verbleef, stelde de gemeente een onderzoek in waaruit bleek dat appellante werkzaam was in een copyshop. Het college trok de bijstand over de periode van september 2010 tot februari 2012 in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij op advies van haar psycholoog op therapeutische basis in de copyshop aanwezig was en geen op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte. De Raad oordeelde dat de aanwezigheid tijdens reguliere arbeidsuren op een bestaande werkplek de vooronderstelling rechtvaardigt dat er op geld waardeerbare arbeid werd verricht.
De verklaring van de wijkagent en mutatierapporten bevestigden dat appellante werkzaamheden verrichtte en contact had met klanten. Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij geen op geld waardeerbare arbeid verrichtte. Ook het therapeutisch karakter van haar aanwezigheid deed hier niet aan af. Omdat appellante de inlichtingenverplichting schond en geen inzicht gaf in omvang van werkzaamheden of inkomsten, kon het college de bijstand terecht intrekken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens verzwegen op geld waardeerbare werkzaamheden wordt bevestigd.