ECLI:NL:CRVB:2016:4632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen verrekening hypotheeklasten met huurinkomsten bij bijstandsverlening
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en verhuurde een eigen woning waarvan hij zelf niet woonde. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam kende bijstand toe, waarbij de huurinkomsten uit de verhuurde woning werden verrekend met de bijstand. Appellant maakte bezwaar tegen deze verrekening en stelde dat het niet reëel was om de huurinkomsten als middel aan te merken zonder rekening te houden met de hypotheeklasten, aangezien de hypothecaire schuld hoger was dan de woningwaarde en verkoop tot restschuld zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat de Participatiewet voorschrijft dat alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover iemand redelijkerwijs kan beschikken, als middelen worden aangemerkt. Uit eerdere jurisprudentie volgt dat er geen ruimte is om verwervingskosten, zoals hypotheeklasten, in mindering te brengen op huurinkomsten bij de vaststelling van het inkomen voor bijstand.
Daarnaast oordeelde de Raad dat het beroep op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EP EVRM) niet slaagt, omdat dit artikel niet het recht op een uitkering van een bepaalde hoogte beschermt en het recht op eigendom zich niet uitstrekt tot het niet verrekenen van huurinkomsten.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verrekening van huurinkomsten zonder aftrek van hypotheeklasten bevestigd.