ECLI:NL:CRVB:2016:4658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering bijstand wegens leningen met deelbestemming
Appellant ontvangt sinds 2009 bijstand en werd in 2014 onderzocht nadat bleek dat hij meerdere auto's had verkocht en geld ontving van een derde, W. Het college herzag en trok de bijstand over januari en februari 2014 in en verrekende later bedragen die op zijn bankrekening waren bijgeschreven als inkomen. Appellant stelde dat de bedragen leningen met een specifiek doel waren, zoals verhuiskosten, en geen inkomen konden zijn.
De Raad overwoog dat volgens de WWB alle middelen waarover een bijstandontvanger vrijelijk kan beschikken, als inkomen worden beschouwd, ook leningen. Het doel van de lening maakt dit niet anders. Kosten van verhuizing behoren tot incidentele noodzakelijke kosten die uit het inkomen moeten worden bestreden. Appellant ontving bovendien bijzondere bijstand voor dubbele huur.
De Raad stelde vast dat appellant vrijelijk over de bedragen kon beschikken en dat de verklaringen over het doel en de omvang van de leningen niet aannemelijk maakten dat het geen middelen waren. De eerdere jurisprudentie waarop appellant zich beroept, is niet van toepassing omdat de bedragen hier niet als giften worden beschouwd.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening en terugvordering van bijstand wegens de bijschrijvingen op de bankrekening worden bevestigd.