ECLI:NL:CRVB:2016:4789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand wegens te late indiening
Appellanten hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor de eigen bijdragen van vier rechtsbijstandstoevoegingen die door de Raad voor Rechtsbijstand waren verleend. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat bijzondere bijstand vooraf moet worden aangevraagd, waarbij de aanvraag uiterlijk op de dag van het aanvragen van de toevoeging bij de Raad voor Rechtsbijstand moet plaatsvinden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het beleid binnen redelijke beleidsregels valt. In hoger beroep stelde appellanten dat het beleid onredelijk is omdat de kosten pas opkomen op het moment dat de eigen bijdrage door de rechtsbijstandverlener aan de cliënt wordt gefactureerd en dat er een redelijke termijn moet zijn om bijzondere bijstand aan te vragen.
De Raad oordeelde dat het beleid in artikel 9.7.6.1 van de beleidsvoorschriften de grenzen van redelijke wetsuitleg te buiten gaat en daarom buiten toepassing moet blijven. Desondanks is het bestreden besluit terecht in stand gebleven omdat bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage uiterlijk op de dag van ontvangst van de toevoeging moet worden aangevraagd. Appellanten hadden de aanvraag te laat ingediend, waardoor de afwijzing terecht was.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees de verdere bezwaren van appellanten af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand is afgewezen wegens te late indiening.