ECLI:NL:CRVB:2016:5007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen woning en onvoldoende bewijs
Appellante ontving bijstand sinds 2008 en werd in 2014 geconfronteerd met intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 2011-2014 vanwege het niet melden van twee woningen op haar naam in Paraguay. Het college startte een onderzoek na een fraudemelding en concludeerde dat appellante onroerende zaken en een bankrekening had verzwegen.
Appellante heeft niet alle gevraagde documenten overgelegd, met name over een woning aan een tweede adres, waardoor het college niet kon vaststellen of zij recht had op bijstand. De rechtbanken verklaarden haar beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. De Raad oordeelt dat de inlichtingenverplichting objectief is en dat het niet melden een rechtsgrond vormt voor intrekking.
Verder faalde appellante in het aannemelijk maken van dringende redenen om terugvordering te voorkomen. Ook haar nieuwe aanvraag om bijstand werd afgewezen omdat zij niet aannemelijk maakte dat de woning aan haar moeder toebehoorde. De Raad bevestigt de eerdere uitspraken en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van op naam geregistreerde woningen en wijst het hoger beroep af.