ECLI:NL:CRVB:2010:BO8680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onjuiste woonsituatie
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een vermoeden dat zij niet op het opgegeven adres woonde, voerde de sociale recherche een onderzoek uit, waaronder huisbezoek, verklaringen van derden en informatie opvragen bij de GBA en nutsbedrijven. Het College van burgemeester en wethouders van Doetinchem trok daarop bij besluit de bijstand in over de periode van 10 december 2006 tot en met 30 april 2007 wegens het niet melden van inkomsten uit onderverhuur en het niet juist opgeven van het woonadres.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en ook in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat appellante niet daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde, zoals blijkt uit tegenstrijdige verklaringen van appellante zelf en verklaringen van derden. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Appellante slaagde er niet in te bewijzen dat zij recht had op bijstand indien zij wel aan de inlichtingenverplichting had voldaan.
Het College was dan ook bevoegd de bijstand in te trekken op grond van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de WWB. Het beroep van appellante dat het College slechts tot verlaging van de uitkering had mogen overgaan, faalde. De Raad wees ook het verzoek tot schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.