Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek tot veroordeling van het Uwv tot vergoeding van gederfde wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een WW-uitkering vanaf 27 februari 2012 en verbleef vanaf 15 mei 2014 in Turkije. Het UWV herzag de uitkering vanaf die datum en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens te late melding van het verblijf in het buitenland. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat zij haar informatieplicht had geschonden en dat de boete niet onevenredig was.
In hoger beroep stelde appellante dat haar lage inkomen en de zelfmelding van de verhuizing dringende redenen vormden om terugvordering en boete te matigen of af te zien. De Raad oordeelde dat de zelfmelding geen dringende reden is en dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat haar financiële situatie een onaanvaardbaar gevolg zou zijn. De boete werd gehandhaafd omdat appellante deze reeds had voldaan en haar stelling niet aannemelijk was.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek tot vergoeding van gederfde wettelijke rente af. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 december 2016.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; herziening en terugvordering WW-uitkering en boete gehandhaafd.