Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten beschikten over een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de AWBZ voor zorg in 2011. Het Zorgkantoor trok de pgb's per 1 november 2011 in wegens het niet inkopen van kwalitatief verantwoorde zorg. De rechtbank vernietigde deze besluiten wegens onvoldoende onderzoek en motivering en bepaalde dat de pgb's pas per 1 januari 2012 eindigden.
In hoger beroep betwisten appellanten het oordeel dat zij geen kwalitatief verantwoorde zorg zouden hebben ingekocht en wijzen op de grote vrijheid bij de besteding van pgb's en het ontbreken van concrete definities en toetsingsinstrumenten. De Raad stelt vast dat het Zorgkantoor wel bevoegd is om de kwaliteit van de zorg te beoordelen, maar dat het door het Zorgkantoor ingeschakelde CCE-onderzoek niet voldoende aannemelijk maakt dat in 2011 geen kwalitatief verantwoorde zorg werd geleverd.
De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank, met verbetering van gronden, en benadrukt dat dit niet inhoudt dat de zorg in 2011 wel als kwalitatief verantwoord moet worden beschouwd, maar dat het onderzoek van het Zorgkantoor ontoereikend was om het tegendeel te bewijzen. Het Zorgkantoor wordt veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De intrekking van de persoonsgebonden budgetten per 1 november 2011 is onterecht en de pgb's blijven behouden tot 1 januari 2012.