ECLI:NL:CRVB:2016:652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Geen erkenning van rugklachten als ongeval bij militaire dienst
Appellant, werkzaam bij het Commando Luchtstrijdkrachten, kreeg op 15 december 2012 tijdens werkzaamheden aan een brake unit te Minhad rugklachten. Hoewel een proces-verbaal van ongeval werd opgemaakt, kwalificeerde de minister deze klachten als een medische aangelegenheid en niet als een ongeval volgens artikel 147 AMAR Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en in hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad hanteert de definitie van ongeval als een gekwetst worden door een onvoorziene omstandigheid bepaald door een misgreep of van buiten komende gebeurtenis.
De Raad oordeelt dat het ontstaan van rugklachten door verhoogde krachtsinspanning en het gebruik van niet adequaat gereedschap niet valt onder een misgreep. De ‘hot brakes’ zijn wel onverwacht, maar vormen geen onvoorziene omstandigheid in de juridische zin. Daarmee is geen sprake van een ongeval en wordt het beroep afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de rugklachten geen ongeval vormen en wijst het hoger beroep af.