ECLI:NL:CRVB:2016:877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken woonsituatiegegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd uitgenodigd voor gesprekken om zijn arbeidsverplichtingen en woonsituatie te bespreken. Na het niet verschijnen op een afspraak en het niet aanleveren van gevraagde gegevens, werd zijn bijstand opgeschort en later ingetrokken. Appellant diende vervolgens twee nieuwe bijstandsaanvragen in, die beide werden afgewezen omdat hij niet aannemelijk maakte dat hij zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken op grond van artikel 54, vierde lid, WWB, omdat appellant niet binnen de hersteltermijn de gevraagde gegevens had verstrekt en dit hem kan worden verweten. Het aanbieden van een huisbezoek betekende geen inhoudelijke beoordeling vooraf, maar een extra mogelijkheid tot herstel die appellant niet heeft benut.
Verder concludeerde de Raad dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor zijn woonplaats bij de afwijzing van de nieuwe aanvragen. Huisbezoeken en verklaringen van buren ondersteunden het oordeel dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde. Het hoger beroep faalde en de eerdere uitspraak werd bevestigd, waarbij het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de afwijzing van de nieuwe aanvragen worden bevestigd wegens onvoldoende medewerking en bewijs van woonplaats.