ECLI:NL:CRVB:2016:905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Matiging boete en bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het dagelijks bestuur stelde na een anonieme melding en onderzoek vast dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met R zonder dit te melden. Hierdoor werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd over de periode juni 2012 tot juli 2013, en werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De Raad bevestigt dat de onderzoeksresultaten, waaronder verklaringen van buren en waarnemingen, voldoende bewijs vormen voor de gezamenlijke huishouding. De verklaring van appellante werd niet buiten beschouwing gelaten omdat zij onvoldoende aannemelijk maakte dat deze onder druk was afgelegd. De rechtbank oordeelde terecht dat terugvordering niet kon worden afgewezen wegens bedreigingen.
Ten aanzien van de boete erkent de Raad verminderde verwijtbaarheid en matigt de boete van €1.690,- naar €590,-, rekening houdend met de financiële situatie van appellante en haar aflossingscapaciteit. De Raad vernietigt het eerdere besluit over de boete en veroordeelt het dagelijks bestuur in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd, maar de boete wordt gematigd tot €590,- wegens verminderde verwijtbaarheid en financiële omstandigheden.