ECLI:NL:CRVB:2016:953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen
Appellant vroeg bijstand aan en ontving deze vanaf december 2011. Tijdens de periode januari tot juli 2012 heeft appellant meerdere kasstortingen op zijn bankrekening gedaan zonder deze te melden aan het college. Het college herzag de bijstand en vorderde een bedrag van €730,- terug, en legde een maatregel van 20% verlaging van de bijstand op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank vernietigde het besluit gedeeltelijk, met name voor een kasstorting van €100,- in juni 2012. Appellant stelde zich op het standpunt dat de terugvordering onterecht was omdat de vordering was ontstaan vóór 1 januari 2013, toen de wetgeving veranderde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat kasstortingen in beginsel als inkomsten worden beschouwd en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het om giften ging. De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen, en dat de maatregel van verlaging van 20% passend was. Het beroep van appellant werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening, terugvordering en maatregel blijven gehandhaafd.