Uitspraak
OVERWEGINGEN
23 januari 2013 heeft de curator, voor zover er een arbeidsovereenkomst bestaat, deze opgezegd. Appellant heeft op 28 januari 2013 bij het Uwv een aanvraag gedaan om met toepassing van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet (WW) de betalingsverplichtingen van het bedrijf over te nemen.
In deze regeling wordt verstaan onder:
(…)
c. bestuurder: de statutair bestuurder van een vennootschap.
(…)
1. Onder directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, van de Werkloosheidswet wordt verstaan:
(…)
b. de bestuurder die, al dan niet tezamen met zijn echtgenoot, houder is van een zodanig aantal aandelen dat, indien in de statuten is bepaald dat het besluit tot schorsing of tot ontslag van deze bestuurder slechts mag worden genomen met een versterkte meerderheid in de algemene vergadering van de vennootschap, de overige aandeelhouders niet over een versterkte meerderheid beschikken;
(…)
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de bestuurder die zeggenschap heeft in de algemene vergadering van de vennootschap door tussenkomst van een rechtspersoon.
Het Uwv is bevoegd, in afwijking van artikel 2, een bestuurder niet als
(…)
Artikel 1Opgemerkt wordt dat het in de onderhavige regeling gaat om de statutair bestuurder van een vennootschap; niet om een zogeheten ‘titulair’ of ‘commercieel’ directeur. Laatstgenoemden zijn immers ondergeschikt aan het bestuur van de vennootschap.
Artikel 2(…)
De bedoelde richtlijnen zijn in feite een uitwerking van één van de elementen van het begrip arbeidsovereenkomst, nl. de gezagsverhouding. Ingevolge de jurisprudentie bij artikel 3 van Pro de werknemersverzekeringen is voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst vereist dat een gezagsverhouding daadwerkelijk aanwezig is.
(…)
Onderdeel bIndien een directeur, blijkens de regeling van het stemrecht in de statuten, niet tegen zijn wil kan worden geschorst of ontslagen door de algemene vergadering, is hij daaraan eveneens niet ondergeschikt.
(…)
Tweede lidHet is mogelijk dat een bestuurder werkzaam is bij een BV of NV, waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in handen zijn van een andere rechtspersoon, bijvoorbeeld van een andere BV of een stichting. Ook dan dient aan de hand van artikel 2 te Pro worden bezien hoe de feitelijke zeggenschap in de BV/NV is geregeld. Stel, A is bestuurder van de BV X. De aandelen van de BV X zijn geheel in handen van BV Y. A is grootaandeelhouder van BV Y. A heeft via de BV Y de feitelijke zeggenschap in de algemene vergadering van BV X, waar hij tevens bestuurder is. A moet derhalve worden aangemerkt als (niet-verzekeringsplichtige) directeur-grootaandeelhouder. (…)
Artikel 3Zoals reeds eerder is aangegeven, is met de onderhavige regeling niet beoogd om inhoudelijke wijzigingen in de uitvoeringspraktijk door te voeren. In de richtlijnen van de FBV bestaat ruimte voor het aannemen van verzekeringsplicht van een
directeur-grootaandeelhouder, indien vast komt te staan dat betrokkene feitelijk toch in een positie van ondergeschiktheid tot de vennootschap werkzaam is. In artikel 3 is Pro dit voor alle duidelijkheid met zoveel woorden bepaald. Het initiatief voor een dergelijk onderzoek ligt overigens niet bij het Lisv. De strekking van artikel 2 is Pro immers om aan te geven wanneer in beginsel geen verzekeringsplicht aanwezig is. Het Lisv kan daar vanuit gaan. Het is dan aan de bestuurder om aan de hand van de feiten en omstandigheden aan te tonen dat, in afwijking van de hoofdregels zoals neergelegd in artikel 2, in het concrete geval toch sprake is van daadwerkelijke ondergeschiktheid.”
5.8.7. Gelet hierop moet worden beoordeeld of artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling een beperking van de rechten van werknemers op een insolventieuitkering inhoudt, die in overeenstemming is met artikel 12, sub c, van de Insolventierichtlijn en blijft binnen de beoordelingsmarge van artikel 2, lid 2, van de Insolventierichtlijn om het begrip “werknemer” te definiëren.
Voorts blijft de beperking van de rechten op een insolventieuitkering als gevolg van artikel 2, eerste lid, onder b, van de Regeling in samenhang met artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d en artikel 61 van Pro de WW, binnen de beoordelingsmarge die artikel 2, lid 2, van de Insolventierichtlijn geeft om het begrip “werknemer” te definiëren. Daartoe is van belang dat de Insolventierichtlijn zelf middels artikel 12, sub c, een beperkende definitie van dit begrip mogelijk maakt. Voorts is het niet in strijd met de sociale doelstelling van de Insolventierichtlijn om aan personen die feitelijk niet in een positie van ondergeschiktheid tot een onderneming staan de aanspraken en garanties van deze richtlijn te onthouden. Ten slotte voorziet de Regeling erin dat onder omstandigheden een directeur-grootaandeelhouder toch als werknemer kan worden aangemerkt.
BESLISSING
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.