ECLI:NL:CRVB:2017:117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde belastingteruggaven en giften
Appellante, een beeldend kunstenares, ontving bijstand op grond van de WWB/PW. Uit onderzoek bleek dat zij in 2012-2014 belastingteruggaven en periodieke giften ontving die zij niet had gemeld aan het college. Het college herzag daarop de bijstand en vorderde het te veel ontvangen bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij aan haar inlichtingenverplichting had voldaan door inzage te geven in bankafschriften. De Raad oordeelde dat dit onvoldoende was; actieve melding was vereist. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat geen toezegging was gedaan dat melding niet nodig was.
Verder oordeelde de Raad dat de belastingteruggaven, voortvloeiend uit de zelfstandigenaftrek, niet buiten het middelenbegrip vielen en dus tot het inkomen moesten worden gerekend. De giften werden eveneens als middelen aangemerkt. Het college was daarom bevoegd de bijstand te herzien en terug te vorderen. Ook de brutering van de terugvordering over 2014 werd bevestigd.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde belastingteruggaven en giften en wijst het hoger beroep af.