ECLI:NL:CRVB:2017:1330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning ouderdomspensioen volgens gehuwdennorm bij geregistreerd partnerschap zonder duurzaam gescheiden leven
Appellante, die in 2008 een geregistreerd partnerschap is aangegaan, vroeg in 2015 een ouderdomspensioen aan op basis van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende haar een ouderdomspensioen toe volgens de gehuwdennorm. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij duurzaam gescheiden leefde van haar partner, zodat de ongehuwdennorm zou moeten gelden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat niet was gebleken van duurzaam gescheiden leven. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat partijen ieder hun eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn en dat deze toestand bestendig is bedoeld. Uit de feiten bleek dat appellante en haar partner regelmatig contact hadden, samen aten en elkaars woning bezochten, wat duidt op onderlinge zorg en betrokkenheid.
Daarnaast wees de Raad het beroep op het gelijkheidsbeginsel af met betrekking tot de twee-woningenregel, verwijzend naar eerdere jurisprudentie die onderscheid maakt tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden of geregistreerde partners. De Raad concludeerde dat appellante niet als duurzaam gescheiden levend kan worden aangemerkt en bevestigde het bestreden besluit van de Svb.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet duurzaam gescheiden leefde en wijst het hoger beroep af.