ECLI:NL:CRVB:2021:3355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen naar gehuwdenpensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Betrokkene ontving sinds 2014 een ongehuwdenpensioen op grond van de AOW. Na het aangaan van een geregistreerd partnerschap in 2019 herzag de Sociale verzekeringsbank (Svb) het pensioen naar een gehuwdenpensioen. De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond, stellende dat er sprake was van duurzaam gescheiden leven.
De Svb ging in hoger beroep en stelde dat de situatie vergelijkbaar was met eerdere jurisprudentie waarin geen duurzaam gescheiden leven werd aangenomen. Betrokkene stelde dat hij en zijn partner ieder een eigen leven leiden en alleen het partnerschap zijn aangegaan om medische beslissingen te kunnen nemen.
De Raad overwoog dat duurzaam gescheiden leven vereist dat partijen een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat deze situatie ondubbelzinnig moet blijken uit de feiten. Uit het onderzoek bleek dat betrokkene en zijn partner regelmatig contact hebben, samen activiteiten ondernemen, elkaar verzorgen en de sleutel van elkaars woning hebben.
De Raad concludeerde dat er geen sprake is van duurzaam gescheiden leven en dat het pensioen terecht is herzien naar een gehuwdenpensioen. Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de Sociale verzekeringsbank wordt ongegrond verklaard en het pensioen van betrokkene wordt terecht herzien naar een gehuwdenpensioen.