Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
(€ 497,-), in totaal € 825,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was sinds 1993 werkzaam bij het waterschap en werd in januari 2014 onvoorwaardelijk ontslagen wegens plichtsverzuim, waaronder het verrichten van nevenwerkzaamheden via een loonbedrijf voor het waterschap en misbruik van ambtelijke kennis. Het UWV weigerde een WW-uitkering omdat betrokkene verwijtbaar werkloos was geworden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen de weigering van de WW-uitkering gegrond, maar het waterschap en betrokkene stelden hoger beroep in. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontslag terecht was en dat de gedragingen van betrokkene ernstig genoeg waren om de werkloosheid als verwijtbaar aan te merken.
Hoewel verzachtende omstandigheden bestonden, zoals de kennis van leidinggevenden over de nevenwerkzaamheden, woog het misbruik van ambtelijke informatie zwaar. De Raad concludeerde dat de werkloosheid betrokkene in overwegende mate kan worden verweten, waardoor de WW-uitkering blijvend geweigerd moet worden.
Het hoger beroep van het waterschap werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van het waterschap, terwijl de proceskosten van betrokkene niet werden toegewezen.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt blijvend geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag wegens plichtsverzuim.