ECLI:NL:CRVB:2017:1456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-nakoming inlichtingenverplichting
Appellant ontving een bijstandsuitkering en werd door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam meerdere keren opgeroepen om informatie te verstrekken en te verschijnen voor gesprekken in het kader van een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Appellant verscheen niet en gaf aan wegens een verblijf in het buitenland vanwege oogproblemen niet te weten wanneer hij zou terugkeren.
Het college besloot daarop de bijstand vanaf 7 juli 2014 in te trekken en de te veel ontvangen bijstand terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hem geen verwijt treft vanwege zijn medische situatie en dat de intrekking disproportioneel is, maar deze gronden werden verworpen.
De Raad oordeelde dat de inlichtingenverplichting objectief is en dat persoonlijke omstandigheden niet relevant zijn. Het college was gehouden tot intrekking en terugvordering, en het beroep op zeer dringende redenen was niet van toepassing. Ook het gebruik van de brutering was rechtmatig. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.