ECLI:NL:CRVB:2017:15
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen
Appellante ontvangt sinds februari 2013 bijstand en werd onderzocht vanwege vermoedens van niet gemelde inkomsten en kasstortingen. Het college stelde vast dat zij inkomsten uit arbeid had en dat er kasstortingen en bijschrijvingen op haar bankrekening stonden die niet waren gemeld. Hierdoor werd de bijstand herzien en teruggevorderd over meerdere perioden.
Appellante voerde aan dat de kasstortingen afkomstig waren van onverschuldigd betaalde kinderopvangtoeslag die zij had opgenomen en weer teruggestort, en dat de bijschrijvingen van haar ex-partner waren, waardoor zij niet verplicht was deze te melden. De Raad oordeelde dat appellante dit niet aannemelijk had gemaakt met verifieerbare stukken en dat de kasstortingen en bijschrijvingen terecht als inkomen werden aangemerkt.
De Raad bevestigde dat appellante de wettelijke inlichtingenplicht had geschonden door deze inkomsten niet te melden. Ook werd geoordeeld dat haar financiële situatie geen dringende reden vormde om af te zien van terugvordering. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen.