Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van € 123,-
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig procesmanager, meldde zich ziek na een verkeersongeval met klachten aan het bewegingsapparaat. Het UWV weigerde aanvankelijk een WIA-uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na bezwaar en beroep werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op circa 34%, waarna de rechtbank het bezwaar ongegrond verklaarde maar de hoorplicht van het UWV schond.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onjuiste referteperiodes hanteerde en onvoldoende rekening hield met medische beperkingen, waaronder effecten van medicatie en specifieke klachten aan de cervicale wervelkolom. De Raad beoordeelde de medische en arbeidskundige rapporten en concludeerde dat de beperkingen juist waren vastgesteld, het protocol Whiplash associated disorder correct was toegepast en dat medicatiegebruik geen aanvullende beperkingen veroorzaakte.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak voor zover deze het bezwaar tegen het besluit handhaafde, verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit van het UWV ongegrond en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant. De uitkering werd toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid tussen 35% en 80%.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.