ECLI:NL:CRVB:2017:1738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde geleende bedragen
Appellant ontvangt sinds januari 2012 bijstand en leent maandelijks € 200,- van vrienden om rond te komen. Tijdens een rechtmatigheidsonderzoek in april 2015 verklaarde appellant deze leningen, maar meldde ze niet aan het college. Het college herzag en trok de bijstand in, en vorderde terugbetaling van € 11.703,74 over de periode 6 januari 2012 tot 8 april 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de leningen niet maandelijks waren en altijd werden terugbetaald. De Raad overwoog dat periodieke betalingen, ook als lening, als inkomen worden beschouwd en dat appellant zijn inlichtingenplicht schond door de leningen niet te melden.
De Raad stelde vast dat het college de herziening en terugvordering over de periode 6 januari 2012 tot 8 april 2012 niet langer handhaafde, waardoor het geschil beperkt werd. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor de Raad de uitspraak vernietigde en het college opdroeg een nieuw besluit te nemen over de terugvordering. Het college werd veroordeeld in de kosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand over de periode 6 januari 2012 tot 8 april 2012 wordt vernietigd.