ECLI:NL:CRVB:2017:1792
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- A. Stehouwer
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde bankrekening deels vernietigd
Betrokkene ontving bijstand vanaf september 2013. Het college ontdekte een niet gemelde bankrekening die mede op naam van betrokkene stond tot maart 2014. Het college trok de bijstand in en vorderde kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet tijdig melden van de bankrekening.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond, maar vernietigde het boetebesluit wegens onvoldoende rekening houden met financiële draagkracht. Zowel betrokkene als het college gingen in hoger beroep. De Raad oordeelde dat betrokkene redelijkerwijs over het tegoed kon beschikken tot maart 2014, waardoor intrekking en terugvordering over die periode terecht waren. Vanaf maart 2014 was de rekening niet langer op haar naam, zodat intrekking en terugvordering vanaf die datum niet gerechtvaardigd waren.
De boete werd eveneens vernietigd omdat deze was gebaseerd op het onjuiste terugvorderingsbesluit en het college geen grove schuld had aangetoond. Wel werd vastgesteld dat normale verwijtbaarheid geldt en dat draagkracht op bijstandsniveau matiging rechtvaardigt. Verzoeken tot schadevergoeding werden toegewezen en het college werd veroordeeld in de proceskosten. Het college moet nieuwe besluiten nemen die aan deze overwegingen voldoen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden vernietigd vanaf 27 maart 2014 en het boetebesluit wordt eveneens vernietigd; het college moet nieuwe besluiten nemen.