ECLI:NL:CRVB:2017:1800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking toekenning scootmobiel onrechtmatig wegens ontbreken wettelijke grondslag
Appellante kreeg vanaf 2008 een scootmobiel in bruikleen toegekend door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Na aantoonbaar herhaaldelijk oneigenlijk gebruik beëindigde de leverancier JenS revalidatie de bruikleenovereenkomst in juni 2014. Het college trok daarop het toekenningsbesluit voor de scootmobiel in, stellende dat appellante niet aan haar verplichtingen had voldaan en dat het college daarom bevoegd was tot intrekking.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat het niet voldoen aan de verplichtingen uit de bruikleenovereenkomst jegens de leverancier niet gelijkstaat aan het niet voldoen aan voorwaarden gesteld bij of krachtens de gemeentelijke verordening. De verordening regelt niet welk publiekrechtelijk rechtsgevolg verbonden is aan eenzijdige beëindiging van de bruikleenovereenkomst door de leverancier.
De Raad benadrukte dat het stelsel van de Wmo onderscheid maakt tussen het verlenen van een aanspraak op een voorziening en het daadwerkelijk realiseren daarvan. Het niet nakomen van de bruikleenovereenkomst betreft slechts de realisering en vormt geen grond voor intrekking van het toekenningsbesluit. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en herroept het collegebesluit, waarbij de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de scootmobieltoekenning wordt vernietigd wegens ontbreken van een wettelijke grondslag.