ECLI:NL:CRVB:2017:1887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij verzoek immateriële schadevergoeding Wmo
Appellante had een elektrische buitenrolstoel aangevraagd op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Na een besluit van het college waarbij een persoonsgebonden budget werd toegekend, verklaarde de rechtbank het bezwaar van appellante gegrond en vernietigde het bestreden besluit. Appellante wenste een duurdere rolstoel dan door het college toegekend.
In hoger beroep verzocht appellante om een immateriële schadevergoeding wegens het langdurig gebruik van een inadequate rolstoel. Het college had inmiddels de gewenste rolstoel toegekend en geleverd. De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk schade had geleden door het eerdere besluit, waardoor het verzoek om schadevergoeding onvoldoende onderbouwd was.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang bij het verzoek om immateriële schadevergoeding.