Uitspraak
OVERWEGINGEN
16 oktober 2012 heeft appellant gedurende een aantal maanden bij [naam B.V. 1] ([naam B.V. 1]) gewerkt als zzp’er. Met ingang van 3 juni 2013 is WW1 beëindigd omdat appellant toen voor de duur van een jaar in dienst is getreden van [naam B.V. 2]. De arbeidsovereenkomst met deze werkgeefster is niet verlengd, waardoor appellant met ingang van 3 juni 2014 werkloos is geworden. Bij besluit van 1 juli 2014 heeft het Uwv appellant in verband hiermee in aanmerking gebracht voor een WW-uitkering voor de duur van drie maanden (WW2). Na afloop van die termijn is WW1 herleefd, waardoor appellant nog recht had op een WW-uitkering tot en met 31 januari 2015.
zzp-werkzaamheden zijn geen inkomsten uit dienstbetrekking en kunnen daarom niet in aanmerking worden genomen voor de beoordeling of is voldaan aan de voorwaarden voor verlening van een WW-uitkering.
Uwv-medewerkster alle voorwaarden voor de IOW-uitkering zijn nagegaan en hebben besproken. De Uwv-medewerkster had volgens appellant op basis van zijn burgerservicenummer de beschikking over alle gegevens met betrekking tot zijn arbeidsverleden en werkzaamheden.